vragen? géén vragen!

Als moreel steuntje loop ik met dochterlief in dat geel/blauwe warenhuis als ik tegen dit bord aan loop.

Eh…… hoe bedoeluh….. wie, en vooral wáár, zijn die “we” die mij dat willen vragen. De directie? Nergens te zien natuurlijk dus dan kunnen ze nóg zo graag mij iets willen vragen, dat gáát gewoon niet als ze onzichtbaar zijn.
Toegegeven, ze geven wel een hint wát ze zouden willen vragen maar dat is het dan, nou ja, niemand vraagt me iets en ondertussen heeft Inge wat ze nodig heeft en we vertrekken…
Ik ben gekke Gerritje niet, ik blijf écht niet wachten tot de directie op komt draven om mij die vraag over die gele streep te stellen, dan hoef ik er ook niet over na te denken of ik dat wel of niet wil.

   

.

.

erfenis verdelen

Prima weer om een erfenis te verdelen zeggen we wel eens als het zo’n natte, grijze dag is als vandaag.
De daad bij het woord voegen zal niet lukken vandaag, Henk’s erfenis al allang verdeeld al viel er niet héél veel te verdelen omdat ik, door een langstlevende testament, voorlopig nog niets hoefde te delen.

Dan maar wat klusjes in huis doen, ook altijd heel geschikt om zo’n grijze dag mee door te brengen en dan komt een piepklein deeltje van m’n erfenis toch nog van pas. Ik gebruik n.l. oude T-shirts van Henk voor een smerig klusje als koper poetsen.
Ja dat wéét ik, het meeste spul dat koperkleurig is hóef je helemaal niet te poetsen maar ik koos destijds voor onbewerkt koper “beslag” op de buitendeur omdat dát veel mooier blijft, mits je het goed onderhoudt natuurlijk.

En laat dát maar aan mij over, uiteindelijk heb ik niet voor niets de “spinazie-academie”met goed gevolg doorlopen …eh… tja wat heet goed gevolg, of ik met die eindcijferlijst nou voor “hoofd van de huishouding” op Huis ten Bosch moet gaan solliciteren ?

En zo poets ik met enige regelmaat 6x per jaar is óók regelmatig toch alle koperen onderdelen op de deur. Blijft een beetje behelpen met de randjes van de brievenbus omdat je dan niet teveel wilt knoeien.
Nu de deur geverfd wordt moet natuurlijk alles er af, dé gelegenheid om het eens netjes te poetsen zoals ik dat “academisch”geleerd heb. Alles netjes op een krant leggen, ruim insmeren met koperpoets en dat er even in laten trekken. In de mouwen van Henk’s T-shirt zit vast nog wel iets van zijn kracht om alles op te wrijven tot het glimt als een spiegeltje.
Kijk, na een half uurtje ligt alles te glimmen als (ik citeer wijlen m’n zwager) “een hondendrol in de maneschijn”. Mevr. de Haan, de directrice die het rapport ondertekende, zou áls ze nog leeft misschien wel spijt hebben van dat magere zesje voor huishoudelijk werk.

   

.

   

vrijwilligers werk

Naar mijn idee een lastig te definiëren naam. Dit weekend zit ik, geheel vrijwillig, voor de drukkerij 1000 mapjes te plakken. Had niét gehoeven maar het kwam mij beter uit de boel mee naar huis te nemen , vanwege de schilder. Het wordt gewoon betaald als ik de gewerkte uren doorgeef…..ik werk dus vandaag vrijwillig maar is het dan ook vrijwilligerswerk?
Lastig hoor, is vrijwilligerswerk alleen” vrijwilligerswerk” omdat je het onbetaald werk doet?
Wat is het belangrijkste onderdeel van het samengestelde woord , “vrijwillig” of “werk” Goed beschouwd werk ik eigenlijk altijd vrijwillig, toch zeker de laatste 15 jaar waarin het voor m’n inkomen niet perse nodig is om iets te verdienen.

Daar moest ik aan denken toen ik deze brochure over vrijwilligerswerk in de bus vond. Een maatjes project in de gemeente dat de beste bedoelingen zal hebben maar helemaal niéts voor mij is.
Ik doe niet aan vrijwilligerswerk al wil dat zeker niet zeggen dat ik nooit iets voor een ander doe. Dan heb ik het uitsluitend over vrijwilligerswerk dat bedoeld is om het leven van mensen te vergemakkelijken of te “verrijken”. (Dus niet over het verenigingsleven)
Burenhulp, mantelzorg, vriendendienst enz, het loopt als een rode draad door m’n leven zonder dat ik ooit het gevoel had met vrijwilligerswerk bezig te zijn, het hoort gewoon zo!
En als ik eerlijk ben zou dat ook zo moeten zijn zonder mensen te moeten rekruteren om iets voor een ander te doen.
Ergens vind ik het iets gedwongens hebben om, als volkomen vreemde, toegevoegd te worden aan iemands leven. En ook een beetje denigrerend naar de ontvanger. Jáhaa, is een afwijking van mij, ik weet het. Zo liep ik ooit een kennis tegen het lijf toen ik destijds met vriendin Marion in de rolstoel winkelde. De kennis groette mij en vroeg met haar blik op Marion “is dat vrijwilligerswerk”.
Alsof je met een beperking geen vriendinnen kunt hebben die je meenemen omdat ze dat gezellig vinden en de rolstoel als onderdeel van “bij de vriendin horend” zien. Ik gaf zuinigjes antwoord dat ik inderdaad vrijwillig met m’n vriendin op stap was maar dus niet aan het werk.

Alleen al in Rijswijk… 17 “maatjes projecten” waarschijnlijk grotendeels door vrijwilligers gerund maar ongetwijfeld met een subsidietoelage en betaalde organisators.
Nodig? ….Wie om zich heen kijkt zal toch zelf wel tegen mensen aanlopen die ergens een steuntje kunnen gebruiken? Alleen al bij mij in de straat wonen twee “leeftijdgenoten” waar ik af en toe iets voor kan doen, de één heb ik m’n rolstoel geleend en neem ik af en toe mee voor een wandeling, of wat boodschappen. De ander is nog redelijk fit maar is minder digitaal vaardig en heeft zelf geen vervoer waarin ik af en toe iets kan betekenen.
Ga me nou niet vertellen dat ik daarmee vrijwilligerswerk doe, het is géén werken en helemaal vrijwillig is het ook al niet. Ik vind het een soort verplichting die je als mensen voor elkaar doet als het nodig is.
Zó, heb ik óók eens commentaar op “taalgebruik” dat ik niet passend vind, teken des tijds toch?




‘.

.

   

vooruit dan

Ja vooruit dan maar, ik pik er nog een vraag uit.

En als ik dat letterlijk opvat zou het antwoord moeten zijn; “tegen minstens 80% van alle volwassenen”. Logisch, ik ben een klein dropje. In m’n oude paspoort staat nog 1.64 mtr. maar ik vrees dat er heel stiekem wel een paar centimeters verdwenen zijn.
Zelfs de pas 9 jarige Levi komt al bijna tot aan mijn schouder.
Om niet naar heel lange mensen op te hoeven kijken (mijn nek is ook niet meer wat ie geweest is) neem ik liever wat afstand.

Maar de bedoeling zal wel zijn dat je het “figuurlijk” beantwoord en ook dan vind ik wat afstand nemen niet verkeerd en dus is het antwoord luid en duidelijk , “tegen niemand”. Nee hoor, ik voel me niet zo hoog verheven boven iedereen dat ik op iedereen neer kijk, echt niet! Maar naar mijn idee heeft iedereen zo z’n eigen goede en slechte eh… minder goede kantjes.
Daar kijk je van op hé! Zwaar leuter logje natuurlijk maar je moet wát als je krap in de tijd zit .
Ik had een schilder besteld om me te portretteren, nu ik zo vaak met kunst bezig ben moet je wát.
Na een hele dag poseren en div. materialen uitproberen kwam ik niet lekker uit de verf, ik laat hem nu de buitenboel maar schilderen die heeft gewoon harder een kwast verf nodig dan ik.

     

vragen,vragen, vragen….

Ineens duiken weer overal vragen rijtjes op. Soms als onderdeel van duizend vragen aan jezelf maar ook kleine aantallen vragen zoals bij “hit & run”. Meestal niets voor mij want met mijn breedsprakigheid heb je bij 20 vragen toch al gauw een logje van minimaal 3000 woorden. Dan moeten jullie vrije dagen op gaan nemen en dat kunnen we niet hebben natuurlijk.

Het lijkt niet alleen in logland te spelen want toen ik van de week in de drukkerij bezig was zag ik een stapel drukwerk liggen die nog afgewerkt moest worden.
Geen idee wat het moet worden en of ik er nog mee te maken krijg, ik heb niet op de order zak gekeken. Reclame of een spel denk ik.
Maar ik keek natuurlijk even naar de vragen en die wijken volgens mij niet veel af van de “hit & run”vragen.
Néé, ik ga ze niet allemaal beantwoorden. Ik pik er één vraag uit , die uit het blauwe vlak rechts op de tweede rij, die komt me wel van pas “Wat heb jij in de afgelopen dagen geleerd”!
Nou dat is een makkie, ik leerde dat zélfs contant betalen op weg is om geautomatiseerd te worden.
Ik sta met een briefje van € 50,–aan een toonbank om te betalen. Het meisje maakt geen aan gestalte om het briefje aan te pakken maar wijst naar een plaats in de toonbank voor me en zegt; “stop het maar daar in die gleuf” ….eh…. ik moet even denken aan een gleuf waar nooit daglicht komt waar wel eens naar verwezen wordt als men heel boos iets af wil wijzen.

Maar ze heeft écht recht op wat ik moet betalen dus ik kijk wat beter en ontdek inderdaad een soort kastje met een gleuf.
Oke, ik moet blijkbaar zélf testen of ik geen vals briefje heb denk ik nog, maar het briefje komt niét terug en de gleuf wordt van geel ineens blauw.
Ik sta niets begrijpend naar het meisje te kijken, er rammelt iets in het apparaat, oeps, het zal wel stuk zijn wat nu, geld kwijt? Het meisje kijkt me meewarig aan, ik zie haar denken; “ach die oudje toch”. Wijzend naar de voorkant van het apparaat zegt ze; ” daar komt uw wisselgeld, rechts de briefjes en links en muntgeld.
En verhip ze heeft gelijk, het apparaat heeft gewoon keurig uitgerekend wat ik terug moet krijgen en spuugt dat ook uit.
De wonderen van de techniek, neem ik aan dan hé, dat er kleine mannetjes in dat apparaat zich te pletter lopen om de betaling te regelen is toch nóg onwaarschijnlijker. In ieder geval heb ik het nooit eerder gezien! Kijk, dát heb ik dan de afgelopen dagen geleerd, ook contant betalen is niet meer wat het was.


     

een Queen minder…

Het kán je bijna niet ontgaan zijn dat vandaag mijn “ambtgenote” Elizabeth naar haar laatste rustplaats gebracht werd. Uiteraard op z’n Engels, met veel uiterlijk vertoon en ik kan het hébben voor haar.
Uiteindelijk leven er maar héél weinig mensen die nog meegemaakt hebben dat zij niét de Koningin van Engeland was.
Als kind had ik in ieder geval geen flauw idee wie Engeland regeerde en van Elizabeth’s kroning toen ik 10 jaar oud was kreeg ik nauwelijks iets mee omdat er nog maar nauwelijks TV bestond. De enige optie om er iets van te zien was in de rij te gaan staan bij de cineac waar in een doorlopende voorstelling het nieuws draaide.

Oke, ik snap dus wel dat men in Engeland “iets meer uit de kast trok” en dat kúnnen ze daar ook wel!
Ik neem zonder meer aan dat er 142 paar trotse ouders voor de buis zaten in Engeland want eerlijk is eerlijk, het zag er prachtig uit die 142 knapen in matrozenpak, die kilometerslang met afgepaste stappen de affuit trokken en bestuurde waar de kist van de Queen op stond.

Onder poorten door, tussen hekken door het ging allemaal in lijnen waar je een liniaal langs kon leggen , prachtig al die witte petten op de allemaal even rechtop gehouden hoofden. Verder prachtige uniformen waarbij niet op een pluim meer of meerder gekeken is en uiteraard jankende doedelzakken.
Best wel jammer dat er zo’n lelijke schreeuwerige vlag bij hoort, knalrood, wat bij de uniformen prachtig is maar de mix met knalgeel op de vlag echt lelijk. Maar dit terzijde.

Onvoorstelbaar dat we hier in Nederland zo’n strak geregisseerde groep mensen op de been zouden kunnen krijgen, daarvoor is discipline hier een té verguist woord. Natuurlijk keek ik óók met Rietepietz ogen en zie dat in het vroege deel wat ik zag de “treurpas” er nog kaarsrecht in zat terwijl later op de dag de 75 passen per minuut op een eentonig trom geluid toch iets lastiger werden en “schommelde” men een beetje pinguïnachtig verder.

Een letterlijk sterk staaltje deden de mannen die de kist van de affuit, of uit de auto moesten tillen. Feilloos , als op rolletjes lopend schoven ze de kist door de handen voor het lichaam. Daarna rees de kist geruisloos langzaam naar schouderhoogte omhoog, alsof Hans Klok ze de truc geleerd had. Héél even dacht ik “nu wordt de vlag weggetrokken en is de kist weg” (foute grap Riet maar heus ik dacht het!) Evengoed toch een knap staaltje om de kist zo netjes de lange trap op te dragen.

Ik kon zelfs medelijden opbrengen voor de duidelijk oude en vermoeide Charles en Camilla. Ik geef het je te doen, in deze omstandigheden een hele dag de camera’s van de hele wereld op je gericht weten na tien dagen met toch al heel veel openbare verplichtingen.
In de familie app heb ik maar meteen laten weten dat wanneer jullie web Queen het loodje legt het gerust een tandje minder mag! Nee, dáár maken we geen draaiboek voor hoor!

‘.

   

Vondelpark e.d.

Speciaal op mijn verzoek zat het Vondelpark in de route.
Nee niet de naamgever Vondel was mijn motivatie maar een stukje groen in alle stadsgeweld is een must.
Van Vondel herinner ik me ineens een (waarschijnlijk anekdotisch) verhaal.
Met één van zijn tijdgenoten zou hij hebben willen wedden wie het kortste puntdicht kon maken, waarop de tijdgenoot de brandende kaars greep en een spetter kaarsvet op Vondels kleding drupte…”vet smet” dichte hij. Waarop Vondel de man een klap in zijn gezicht gaf en zei; ” ík tik”!

Tot zover Vondel en terug naar het park dat natuurlijk wereld bekend werd in de hippietijd. De beelden van in het park feestende hippies die er hun tenten opgeslagen hadden gingen de hele wereld over.
Niet dat we het hele park doorkruist hebben, het stadspark is zo’n 70 ha. groot en dat vroeg meer tijd dan we erin konden steken. Het park bestaat al sinds 1885 toen het door particulieren “met wat geld over”opgezet werd.
Mijn vraag of het qua grootte vergelijk was met het Haagse Zuiderpark ( dat ik vanuit mijn jeugd goed ken) kon Leo niet met zekerheid beantwoorden dus dat heb ik opgezocht. Hoewel 70 ha, écht een flinke oppervlakte is beslaat het Haagse Zuiderpark nog ruim de helft meer. Het park genoot jarenlang bekendheid bij de hippies van destijds door z’n parkpop. (de toenmalige hippies die er nú nog zijn zullen ondertussen rollator afhankelijk zijn vrees ik)

Het Zuiderpark werd in 1918 opgezet als werkverschaffingsproject en werd in 1936 opgeleverd. Mijn vader heeft destijds nog meegewerkt aan de uitvoering van het ontwerp van HP Berlage.
Berlage is een naam waar je zowel in Den Haag als in Amsterdam niet makkelijk omheen kunt.
In Amsterdam tekende Berlage “plan Zuid”, de uitbreiding van Amsterdam aan de zuidkant van de oude stad.
Zijn ontwerp voor het Haagse park was (behalve als werkverschaffing) bedoeld “tot uitbreiding van de stad ‘s-Gravenhage.
Heeft Den Haag Berlage’s prachtige kunstmuseum, Amsterdam heeft zijn Beurs van Berlage en wat is dát toch een prachtig gebouw, dan moet ik extra opletten niet van stoepjes af te kukelen omdat ik omhoog kijk i.p.v. van waar ik m’n voeten neerzet.

Gelukkig is er behalve het Vondelpark nog wel meer groen in Amsterdam, we doorkruisten diverse miniparkjes in de woonwijken, soms niet meer dan een pleintje maar toch, groen!
Leo vertelde dat In één zo’n perkje “vroeger”een beeld van Rembrandt stond met er omheen wat gerelateerde beelden.
Altijd leuk om foto’s van te maken maar het huidige stadsbestuur had in z’n oneindige wijsheid besloten dat allemaal weg te halen en kijk….. dat iedereen daar foto’s van maakte is niét gelogen.
In 2013 reed ik met de tram naar Amsterdam Zuid en kon vanuit de tram (met wat beslagen ramen) déze foto maken……..Tja, nu natuurlijk een collectors item. Wie wat bewaard die heeft wat Leo!

     

.

.

lekker stappen

En gestapt hébben we in Amsterdam, joh… ik ging de pijp uit…….! Klinkt erger dan het is want wanneer “de gids” ergens tijden de wandeling de oude volkswijk “de pijp” in slaat ga je natuurlijk op enig moment ook weer de pijp uit.
Het is een oude wijk die, zoals in meer grote steden, ondertussen is opgewaardeerd tot yuppenwijk en er best aardig uitziet.

Tja, foto’s….. sorry, ik heb er nauwelijks gemaakt en van wát ik maakte of van Leo kreeg weet ik niet meer waar ze gemaakt zijn.
Deze trapgeveltjes stonden op z’n minst in de buurt van de pijp als ik me goed herinner. Met een leuk souterrain waar je vooral niet moet zijn als het lang en hard regent. Wat me opviel is dat weinig echt héél kleine huisjes zijn, zelfs deze trapgevel huisje zijn groter dan mijn “arbeiderswoning”. (trouwens óók weinig echte hoogbouw)

Vrijwel overal hoge statige huizen, met bijna altijd een hijsbalk onder het dak Het wil niet zeggen dat iedereen vroeger riant woonde in zo’n groot huis, ze werden meestal per etage bewoond. Niet eens alleen langs de grachten prachtige oude huizen, soms viel m’n mond zóver open van bewondering dat m’n tong voor de cameralens viel je begrijpt, géén foto’s van. En vrijwel altijd wel érgens een koepeltje of een toren te zien, ja natuurlijk óók de toren van de veel bezongen “oude Wester”, de toren waar de échte Amsterdammer’s hart een slag van over slaat.

Dat koepeltje op de middelste foto is waarschijnlijk, (of niet dus) van de Basiliek van de Heilige Nicolaas.

We hadden toen al aardig wat uurtjes rondgezworven en voor een moment van bezinning lenen de banken van de prachtige basiliek zich prima.
(om even uit te rusten trouwens ook maar dat weet je niet van mij!) De koepel is prachtig maar wat nog meer mijn aandacht trok zijn de bijzondere zwarte pilaren.

Op m’n schoot ligt mijn vergissing van de dag. Precies een kort ongevoerd suède jasje dat ik bij vertrek van huis tegen beter weten in aan deed voor “je weet ’t niet”! Bij voorkeur neem ik zo min mogelijk mee op zo’n dag , jasjes, vesten, paraplu …… het wordt maar ál te makkelijk vergeten in de trein. Echt niet overdreven hoor, al op station HS kan ik onderstaande foto maken en dat is niet mijn jas.

Iemand niet alleen z’n jas, ook lege verpakkingen vergeten. Mijn jasje heb ik dan al uit gedaan, veel te warm en de rest van de dag sleep ik het op alle mogelijke manieren mee, verlies het twee keer maar sla ondanks dat het aanbod van Leo af om het in zijn rugtasje te stoppen. Dat ben ik aan het eind van de dag natuurlijk alláng vergeten en dan weer gedoe om het van Amsterdam naar Rijswijk te krijgen.

Vooral veel bekende straatnamen in Amsterdam, Amsterdam is immers vaak het decor voor films en TV series. Het politiebureau uit “Baantjer” herken ik, en Leo wijst regelmatig in de richting van een BNnerhuis in een dure buurt.
Heel even stijgt m’n koninklijke status me naar het hoofd, ….een filmploeg….. en later nog één! Ze blijken geen belangstelling voor me te hebben, maar natuurlijk, ik was incognito! Zucht….. en dan vergeet ik nog helemaal het Vondelpark. Goh, wat zeg ik toch weinig in zo’n lang stuk……..




     

tóch nog

In de agenda stond al een tijd een blogmeeting afspraak die om diverse redenen steeds weer niet door kon gaan. Ook 13/9 leek het weer niet te halen want…. stakingen bij de NS.
Maar jippie, de stakingen werden afgelast en zo stond ik dus dinsdagmorgen op het station.
Je zou bijna denken dat alle kunst van de laatste tijd me beïnvloed heeft bij deze foto en ja, ik heb een klein beetje opgelet dat het gebouw van het Mondriaan college onder het bord “hangt”, ik hád natuurlijk ook gewoon het perron er achter kunnen houden. Het wordt nog iets met me hé! Dat je niet denkt dat ik maar wat aan pruts.

De afspraak had ik met Leo, (aka “de meninggever”) en zijn lief die ik in de tijd van de grote blogmeetings (minstens 10 jaar geleden, zo niet meer) al eerder ontmoet heb.
Maar vandaag lukte het dus en sloot Leo me in z’n armen terwijl hij zijn hoed voor me afnam….eh…. O wacht ff, ik heb me geloof ik vergist.
De bedoeling is dat Leo en zijn Truus me alle hoeken van Amsterdam laten zien omdat ik altijd wat sceptisch over Amsterdam spreek. Logisch, ik ken eigenlijk alleen de paar toeristische straten rondom het station.
Zelfs van het station ken ik alleen de rechte weg van de trein naar de uitgang.
De mooi buitenkant ken ik natuurlijk wel maar dat er binnen óók prachtige onderdelen zijn wist ik niet. Ik word dan ook éérst meegenomen naar de enige plaats waar je volgens Leo de blog Queen waardig kunt ontvangen, de eerste klas wachtkamer die tegenwoordig een koffie kamer is, echt prachtig!

We zijn dan al door mooie gangen en trappenhuizen gekomen die ik er nooit vermoed had.
De koffie is er goed, en het is ook prima gelegenheid om even iets aan toiletbezoek te doen, dat is in de trein meestal geen aanrader.
Het is het begin van een dagje Amsterdam bekijken mét Amsterdammers wat een pluspunt is. Dié weten natuurlijk van de hoed en rand. (ook al het géén gele hoed is.)
Zo weet Leo dat het station door de Pierre Cuypers in ontworpen, een bekende architect die zowel in Amsterdam als elders in Nederland zijn sporen heeft achter gelaten.
En als ik ineens gefladder achter me hoor bij het koffie drinken weet hij ook wat het is, de “huis kaketoe-achtige papagaai” (kan ook een papagaai achtige kaketoe zijn) die zich amuseert op de rand van een schaal met ijsklontjes uit de schaal op de te grond gooien, prachtig spierwit beest! Hij hoort al héél lang bij de zaak en fladdert er altijd rond.
Het beest keurt me geen blik waardig als ik dichterbij kom om een klein stukje te filmen.

De rest van het verhaal moet maar even wachten, ik wil natuurlijk Leo niet alle gras voor de voeten weg maaien…….(lees ik zit een beetje krap in de tijd want de uitjes vreten tijd en er moet nog steeds wat vaker gewerkt worden dan ik gewend ben door een uitgevallen collega) Geeft niks, volgende meer…..!

.



       

City life

Eén van de redenen om het atelier van Toos Holstein te gaan bekijken was dat ik op haar site gezien had hoe de steendruk “city life”gemaakt werd. Dát het me boeide was een combinatie van een heleboel dingen.
Henk begon als boekdrukker en werd in de jaren 80 omgeschoold naar offset drukker en omdat ik in de drukkerij ook altijd wel handklusjes gedaan heb (en nóg doe) heb ik wel iets “”drukkerigs” meegekregen en weet dat er ook in de kunstwereld “gedrukt” wordt.
Al gaat het nét even anders komt steendruk toch in de buurt van offset druk die ik nog regelmatig zie. Linoleum druk is dan meer te vergelijken met de “boekdruk” van vroeger.

Dat het gebouw m’n interesse had bleek al in het vorige logje maar ook de afbeelding trok m’n aandacht. Met een tomaatrode wand in de huiskamer prik je daar niet ieder willekeurig plaatje op en ik vond het ook niet zó belangrijk, ‘k zou vast wel eens tegen iets aanlopen. Dat zou dus bést eens dit zwart/rood/creme city life kunnen zijn dacht ik.
In de “huiskamer” van Toos hing trouwen nog een knol van een werk dat ik práchtig vond.
Haar werk is zeker niet de jugendstil waar ik gek op ben maar toch, de kleuren en de sierlijke smalle, vaak wat vage figuren doen het wel bij mij. Gelukkig is dat grote doek véél te groot én te duur voor me.

Maar City life gaat, goed ingepakt, met me mee naar huis, ik had Inge de afbeelding laten zien en zij “definieerde” haarfijn waarom de afbeelding, behalve de kleuren, goed bij me past.
Het illustreert een klein beetje al mijn uitstapjes in gezelschap van medebloggers die vrijwel, zonder uitzondering, een stadsbezoek inhouden.
Ik vind het een leuke manier om een soort vakantie te houden, wél alleen te reizen maar toch niét helemaal alleen de vele steden die ik nog niet kende te verkennen.

Ik zou bij wijze van spreken uit de losse pols ingetekend kunnen zijn in de steendruk.
In haar filmpje lijkt Toos dat héél makkelijk te doen. Al had ze daarbij zéker niet mij in gedachten, er is niet al te veel fantasie nodig om ook al die eerder ontmoette medebloggers in de “mensenmassa” te zien lopen.
De rode wand, of juist er tegenover op de eh… zandkleurige muur, of misschien wel op de ook zandkleurige schoorsteen (die in het filmpje veel witter lijk dan hij is) …. ik wéét het nog niet. Eerst een lijst kopen natuurlijk maar dat moet even wachten, druk, druk, druk, in de drukkerij en nóg een uitstapje van de week nu de NS niet meer staakt.

     

Vorige Oudere items