ze zijn er echt!

Ja hoor, er zijn écht veel lieve mensen, je zou het bijna vergeten bij al die trieste gebeurtenissen  de de media ons voorschotelen.
Hoogste tijd voor een tegengeluid.
Gelukkig maak ik regelmatig prachtige dingen mee. Zoals vandaag toen ik door een biljartmaatje van Henk gebeld werd. Hij heeft mijn telefoonnummer  nadat ik hem “in vertrouwen” heb genomen over de toestand van Henk.

Ik had Henk donderdag zélf voor de deur afgezet bij het gebouwtje waar hij altijd gaat biljarten omdat ik daarna naar de crematie van onze zwager zou rijden, ik wilde natuurlijk wél zeker zijn dat hij daar binnen was.
Hem meenemen leek me geen goed plan, hij is behoorlijk van slag van alles dat hij toch  wel mee kreeg van de terminale fase van onze zwager Jan en zijn dood.
Hij is meer dan anders in de war en waar het kon heb ik hem onwetend gelaten. Maar natuurlijk wilde hij  wél zelf even naar de rouwkamer om afscheid te nemen.

Zijn biljartmaatje  vertelde dat hij érg in de war was donderdag,  dat er weinig van zijn spel terecht kwam en dat hij hoopte dat hij goed thuis gekomen was. Maar het mooiste komt nog,,…….. ze vinden het geen probleem als hij wil blijven komen spelen.  Kijk dát is nou medemenselijkheid. Net als onze werkgever die steeds weer zorgt dat er voor hem geschikt werk is als ze iets voor mij hebben.
Ik hoop heel erg dat het allemaal weer een klein beetje bijtrekt, hij zit nu écht niet goed in z’n vel, dat uit zich de vervelende zweetaanvallen (die veel extra wasgoed opleveren wat natuurlijk niet het ergste is)  en  de extra warrigheid, maar helemaal gerust ben ik daar niet op.

Maar zoals ik zei, ik tel m’n zegeningen met schatten van mensen die met me meedenken en het niet erg vinden als ze er óók af en toe “last van hebben”. Bij het biljarten ga ik hem voortaan maar wat meer halen en brengen, en misschien af en toe even binnen vallen om te zien “hoe het doet”, ik kan toch m’n sleutel vergeten zijn bij een boodschapje doen? Dan móet ik wel die bij hem even halen, óf wachten tot hij uitgespeeld is. Gaat wel goed komen denk ik. Maar voor hoelang nog.

die oudjes toch

Tjongejonge, zó druk bezig geweest in de drukkerij dat ik gewoon  niet in de gaten had dat ik eigenlijk gisteren al een nieuw logje had moeten schrijven. Ik meld het maar even voordat jullie me “op m’n vestje spugen” dat ik te laat ben want dat gebeurt niet zo vaak.
Maar we zijn nu eindelijk door een paar grote klussen heen, wel ff jammer dat het mooie weer nu ineens op is. Attelenooien,  je waait hier aan de kust uit je hemd!

We hadden gelukkig wél een extra lang weekend dus we kwamen ook nog wel even buiten hoor, geen zorgen, zelfs al liep ik (waarschijnlijk daardoor)   tóch weer een verkoudheid op. Snotterdesnotter, bálen, kan óók  een gevalletje verlaagde weerstand zijn, daar wil ik vanaf zijn.
En ik had nog zo’n charmante omslagdoek omgeslagen (heeft Henk gruwelijk de pest aan) maar het mocht blijkbaar niet baten.


Ja klopt, ook  even langs de vliet gewandeld toen de regen nog niet met bákken uit de lucht viel en zelfs nog even op een bankje kunnen zitten in een mager zonnetje. Niet dat ik standaard een boek bij me heb als we wandelen, nee hoor. Maar er staat daar een mini-biep in het gras langs het water en daar snuffel ik wel eens in.

Er staat een boek tussen over de ontvoering van twee 10 jarige meisjes, een waargebeurd verhaal.

Oppervlakkig gezien is het vlot geschreven (voor zover ik dat zonder bril kan zien) dus ik besluit het mee naar huis te nemen.
Aanvankelijk vertellen “de meisjes over hun jeugd” .
Dan komt de ontvoering aan  bod en dán weet ik eigenlijk niet of ik nog wel verder wil lezen.
Hoewel uit het feit dat het boek met hun medewerking geschreven is  blijkt dat ze het overleefd hebben  zijn de details behoorlijk gruwelijk, dit ondanks dat het “beschaafd kinderlijk” beschreven wordt.
Met de vermoorde tienermeisjes in m’n achterhoofd ga ik er nog eens over denken, misschien zet ik het wel weer gewoon terug in de minibiep, met  een boek van mezelf als bonus voor het lenen.

‘k heb een kater

‘k ben er niet ziek van maar je hébt er niets aan!


verzoekje

De Nederlandse taal is  blijft altijd een fijn onderwerp voor een logje. Van de week hoorde ik een oproep voor “taalvrijwilligers”op de regionale omroep. En nee, het ging niét om afgestudeerde “neerlandici” , gewoon de Nederlandse taal goed beheersen was genoeg.
Tja, ben ik daar de aangewezen persoon voor? Ik  héb  een certificaat HAVO Nederlands met een 8, maar als ik dan zie wat ik allemaal nog fout doe heb ik toch m’n twijfels!

Van de dingen die  ik wél goed doe gaat het meeste immers “op gevoel” goed, domweg omdat ik  met de taal opgroeide, maar uitleggen waarom  het één goed is en het ander fout is een ander verhaal.
Zo kunnen wij iemand iets vragen…. én je kunt iemand  iets verzoeken, wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt maar het zeker lang niet altijd is.

Maar hoe leg je dat verschil nou uit, eh…. een verzoek zul  je meestal alleen maar ja of nee op kunnen zeggen,  het lijkt verdacht veel op iemand verkapt  een “opdracht verstrekken”!
Zoals de ambtenaar van de burgerlijke stand zegt”mag ik U verzoeken elkaar de on gehandschoende rechterhand te geven”. Oke,  dan zeg je geen ja of nee maar voegt de daad bij het woord want anders kun je  in mooie  kloffie  meteen afmarcheren.
Of eh…. een geagiteerde moeder die haar puber  met rollende ogen “verzoekt” voortaan de vuile was in de wasmand te doen. Dan is het voor die puber echt raadzaam met een volmondig JA te antwoorden.

Op een vraag kan ook een ja of nee komen, maar daar zijn véél meer mogelijkheden, daar wordt om informatie, om toe-of instemming gevraagd.  Dus “hoe laat ben je thuis vanavond” aan diezelfde puber, of  ” zal ik je kamer even opruimen als je weg bent”. Nou ja, ik geef maar een voorbeeld hé want voor moeders van pubers is de puberkamer een “no go area”  en hoe laat hij/zij thuis is  kán behoorlijk afwijken van de afgesproken tijd.

Goed lezen is zeker  een must.  Ik las  gisteren een sms je op m’n telefoon; ( tja mijn logjes komen nooit helemaal uit de lucht vallen)   ”  gekke vraag, wil jij wat zeggen op de crematie plechtigheid van mijn vader( mijn zwager) ?” Zoiets lees je dan even snel terwijl je bezig bent  en wanneer je daar nog even over nadenkt slaat de twijfel toe.
Vraagt  ze nou  of ik het  plan heb iets te gaan zeggen…. omdat  zij daar dan tijd voor in moet plannen …. of verzoekt ze me om iets te zeggen  omdat dat eigenlijk binnen de familie ongemerkt mijn taak is geworden.

Ik lees het sms je nog eens over, en dan blijkt het toch een verzoek, ” zou jij wat willen zeggen bij de crematie van mijn vader”.
Ik heb haar maar snel gebeld om te zeggen dat ik dat natuurlijk wil  doen, ze heeft nog meer dan genoeg vragen aan haar hoofd in deze verdrietige situatie.

vroegah…..

Met dit soort warme dagen moet ik wel eens aan “vroegah”denken.
Zolang ik op de lagere school zat  was er geen sprake van vakantie. Naar het strand gaan was een bijzonder uitje, m’n vader vond in een badpak op strand zitten “not done” dus áls we gingen was dat alleen met m’n moeder en op de heenweg moest er 5 km gelopen worden want de tram was duur.
Alleen terug  kon de tram er af want met moegespeelde kinderen terug lopen was een beproeving.

Als kind moest je je in die tijd maar zien te vermaken met buiten spelen of logeerpartijtjes bij familie die voor mij, met m’n heimwee, al helemaal geen succes waren. En ik was óók al niet zo’n “buitenspeelkind”.
De beste herinneringen heb ik eigenlijk  de paar keer dat ik met m’n vader mee mocht naar “zijn werk”.

Hij werkte toenmaals  in de Haagse duinen waar in die tijd een gemeentelijke vuilstort was. Vooral “groot vuil” dat door de reinigingsdienst opgehaald werd kwam daar terecht. Aan de éne kant smerig  maar aan de andere kant ook soort “luilekkerland” want er werden héél wat bruikbare  spullen gedumpt.


Alles dat brandbaar was werd verbrand zodra de wind goed stond, de rest werd met aarde bedekt en resulteerde na jaren in  een kunstmatige duintop.  De Duindorpers  uit het aangrenzende woongebied maken zich met vlagen nóg zorgen over wat dit met hun gezondheid gedaan kan hebben.
Misschien hebben ze wel een punt, ik herinner me vooral de penetrante brand en rooklucht die er op het terrein hing  maar gek genoeg vond ik die geur eigenlijk wel een soort van “lekker”. Dat is het ook dat ik me vooral herinner.

Maar waarom het voor mij een soort luilekkerland was had een andere reden. Eén van de gemeentelijke “keten” functioneerde als  opslagruimte voor een jeugdvereniging (zal iets als de  padvinderij geweest zijn) in de buurt. Er stond een mega grote kist met jeugdboeken, een feestje , want thuis  was de enige boekenaanvoer  het stichtelijke boek dat we met Kerstmis  op de zondagsschool cadeau kregen.

Heerlijk in het zonnetje verslond ik  er menig boek dat uiteraard ná lezing weer keurig in de kist terug ging.
Daarna heb ik thuis heel lang gezeurd en mocht ik naar de bibliotheek, lezen is gewoon een heerlijke bezigheid. Zucht…… toch een béétje jammer dat ik er door het bloggen niet meer aan toe kom….
Ik maak nog hoogstens zélf een boek in PSP als ik dat nodig heb voor een logje……..

 

over iglo’s gesproken

Ja ja, dat logje met dat iglo filmpje was eigenlijk een beetje een noodgreep. We werken op het moment best veel en dan valt er niet zo veel te vertellen.
Het strand schier er bij in, niet heel erg want Henk heeft niet zoveel zin meer in dat gedoe van aan en uitkleden op een onstabiele ondergrond.
Maar in 2010 deden we dat nog wel regelmatig, meestal met een windscherm omdat er aan zee toch vaak een fris windje staat.
Ik maak het me maar makkelijk ( ja druk,druk,druk)  en kopieer een deel van een logje uit die tijd waarin een ander soort iglo ter sprake kwam……………………………………………………………………………………………………….

We hébben gelukkig nog een ouderwets windscherm want die moderne halve iglo tentjes heb je niéts aan als het gaat om “uit de wind  liggen “.
Het was dinsdag nog héél rustig op het strand maar de enkele strandganger die er was wilde héél graag weten waar wij ons windscherm gekocht hadden want zij konden er nergens meer een op de kop tikken !
We moesten ze teleurstellen, ons windscherm is nog “van vóór tang “, het is gehavend door eerder overmatig gebruik maar werd uit z’n winterslaap op zolder gehaald  toen de nieuw aangeschafte “iglo” niet bleek te bevallen .


Wie hoor ik nou  zeuren dat censuur onzin is en dat Henk die eerste foto aan de verkeerde kant van het windscherm gemaakt heeft ? Oke , jij je zin,  maar dan niét zeuren dat ik die twee bultige dingen bloot in de zon heb liggen hé!

 

verkoeling, wie?

Ja ja, ik weet het, áltijd hollen of stilstaan in Nederland en nu dus ineens tropische temperaturen!
En ja hoor, natuurlijk vinden veel mensen het dan weer véél te warm.
Die zouden bijna willen ruilen met Ruud en zijn gezin toen die in 2015 nog nabij Boston woonden waar ze in de winter ooit in hun “ijspaleis” trokken.
Misschien voor sommigen nu toch wel héél aanlokkelijke beelden.

Vorige Oudere items Volgende Nieuwere items