snel weg

Best wel een dingetje hoor als je beroepshalve “thuis” bent op de snelweg. Onze schoonzoon is dat, hij is er vaker  thuis dan “thuis” is  als je begrijpt wat ik bedoel.
Hij doet iets met “bevoorraadden” in div. Europese steden en is dan steeds een aantal dagen van huis.  Misschien is het wel meer een manier van leven dan een beroep want éigenlijk kampeert hij een beetje in een soort camper met vrijwel alle gemakken in een simpele uitvoering bij de hand.
Kort geleden mocht Inge een 2 daags ritje meerijden en dus ook bij hem “overnachten”, ja daar zijn foto’s van  en nee, die die zet ik niet hier hoe lollig zo  ook zijn.
Maar Inge moest natuurlijk wél aan de bak, ff raampje zemen……


Deurtje van de laadruimte dichtdoen……..


Er zijn wel vrouwen die vrachtenchauffeur zijn maar Inge heeft daar volgens mij niet echt het postuur voor, wat een bakbeesten van wagens hé!
Al doende ontdekte Inge  ook wel dat er héél wat komt kijken bij het rijden.
Niet alleen navigatie, maar ook héél veel gepuzzel met rij- en rust tijden, wat knap lastig kan zijn als je ook nog ergens op een bepaalde tijd verwacht wordt.
Dan moeten er nog veel papieren ingevuld worden én je moet zelf voor je natje en je droogje zorgen.
Al met al  een beroep waar je écht een beetje lol in moet hebben, en gelukkig heeft onze schoonzoon dat wel.
Hij weet zich prima te vermaken tijdens de rustpauzes en geniet ook van wat hij om zich heen ziet onder het rijden en van alle fijne muziek die hij altijd bij zich heeft.

Alleen laat hij zich sóms een beetje teveel meeslepen in de muziek, hoe ik dat bedoel?
Kijk maar even naar het filmpje…… wél helemaal uitkijken hé!

Advertenties

van alle kanten

Tja,  berichten in de media mogen best met enige reserve bekeken worden, neem nou dit alarmerende bericht dat vorige week  de ronde deed in de kranten en journaals.
Ouderen mishandeld in verpleeghuis De Leeuwenhoek in Rotterdam”
waarin volgens een klokkenluider  demente bejaarden in verpleeghuis De Leeuwenhoek in Rotterdam  regelmatig verbaal en fysiek mishandeld worden.
Ik ken het tehuis niet  en kan geen oordeel hebben maar  even een beetje genuanceerd kijken waar het om gaat moet kunnen toch?

Ik weet uit eigen ervaring hoe “”lastig” dementie patiënten kunnen zijn, vlieg ik niet zélf af en toe akelig uit de bocht en geloof me, er zijn momenten dat ik op z’n minst onvriendelijk genoemd kan worden. En soms is de enige manier Henk dáár te krijgen waar hij moet zijn hem dan maar met zachte dwang in de richting duwen waar hij heen moet. Op zo’n moment begrijpt hij gewoon niet wat er van hem gevraagd wordt en is “sturen” de enige optie
Maar is dat mishandelen? Menig bejaarde , waaronder ik, heeft ook makkelijk blauwe plekken,  Henk toevallig niet, wél merk ik dat hij  veel sneller pijn ervaart dan ik van hem gewend was, bij beetpakken of ergens tegenaan stoten bijvoorbeeld. Waarschijnlijk zijn ook zijn  spieren pijnlijker dan voorheen.

Maar dat allemaal overwegende wil dat nog niet zeggen dat er géén verkeerde dingen gebeuren in dat tehuis, het   moet  wél meegenomen  worden  in de beoordeling.
Evenals het feit dat patiënten regelmatig onderling elkaar  hinderen of zelfs in de haren vliegen, dementie maakt mensen soms agressief.  Bij de huidige matige personeelsbezetting  is dat lang niet altijd te voorkomen. Bij wijlen mijn zwager in het tehuis was regelmatig helemaal géén verzorgende  in de huiskamer aanwezig en dat lijkt  me geen goede zaak.

Evengoed gaan m’n haren toch recht overeind staan wanneer ik in het stuk deze verklaring voor de klachten lees ;
Gijsbert van Herk, voorzitter van de raad van bestuur bij Humanitas, zegt dat er op het totale aantal van 10.000 cliënten “super weinig incidenten” zijn geweest. Hij stelt dat de omgangsnormen in De Leeuwenhoek wat ruwer zijn omdat er gewerkt wordt met zo’n 160 verschillende culturen. “

Moet ik daaruit op maken  dat het “niét erg is” dat mensen met een andere culture achtergrond wél  ruw met patiënten omgaan? Gezien het feit dat het zorgende personeel in tehuizen vaak grotendeels uit mensen met een andere culturele achtergrond  bestaat lijkt dat me behoorlijk zorgwekkend. Of bedoelt men dat de patiënten onderling “wat ruwer” met elkaar omgaan?
Natuurlijk zou ook dát niet voor mogen komen en is dat met voldoende personeel  zeker te voorkomen.

In hetzelfde tehuis, dat  eerder op de  zwarte lijst stond, is een tv serie opgenomen en daarover zegt het mediastuk”:
Dit werd verborgen gehouden toen makers van het televisieprogramma vijf weken op bezoek waren. De televisieploeg met columnist Hugo Borst en Adelheid Roosen zagen vooral de mooie kant van de ouderenzorg.
Laat ik dát nou weer heel goed begrijpen!

 

over die hakbijl

Je weet wel, dat spreekwoord dat zegt; “in tijd van nood schil je aardappels met de hakbijl”. Nou moet je dat niet al te letterlijk opvatten natuurlijk maar het wil zoiets zeggen als “je weet je te behelpen met wat wél voorhanden is wanneer je aardappels moet schillen en je hebt geen mesje”… of zoiets…. .
Onze bijl is érrug groot dus ik ga me niet wagen aan aardappels schillen, zou niet héél veel overblijven, ga ik niet eens proberen.

Nee ik zocht iets en kwam toen iets tegen dat ik héél lang niet gezien had, precies, drie dobbelsteentjes.
Niets bijzonders zul je zeggen maar zeker weten dat dit héél bijzonder dobbelstenen  zijn , écht wel!
Henk en ik waren pas getrouwd en zouden samen op zijn rode buikschuiver naar het Limburgse Echt rijden.
We hadden een piepklein  sheltertje bij ons en zouden een week op een camping aldaar verblijven.
Je begrijpt, de bagage kon niet al te ruim bemeten worden en op enig moment bleek dat we geen spelletje bij ons hadden, we waren gewend om na het eten  altijd een partijtje te dammen, schaken of een dobbelspelletje bijv. yatzee.

Een hakbijl had ik niet nodig, wél Henk z’n zakmes  en een geschikt takje.
Later ook nog een stuk steen en dat was allebei wel op de camping te vinden.
Van de tak sneed ik wat gelijke  stukjes, na het ruwweg wegsnijden van de bast  begon het al wat te lijken. Toen Henk er ook lol in kreeg ging het dubbel zo hard en schuurden we de blokje op de steen zo vierkant mogelijk.

Ja natuurlijk met de afgevlakte hoekjes die het rollen mogelijk moeten maken, wat dacht je. Ik geef het toe, het werd net niet perfect maar in het kader van “aardappel schillen met de hakbijl” heus zo gek nog niet. Gelukkig was ik wél zo ijdel om een flesje eyeliner bij me te hebben. Perfect om de stippen mee te maken dat er zoals je weet steeds 7 moeten zijn op twee tegenover elkaar liggende zijden.
We konden dobbelen!  Nee joh, geen strippoker, is gewoon té lastig in een sheltertje.
Bovendien waren toen al getrouwd  en konden we onszelf bést een week als een keurig stelletje gedragen.  Ja natuurlijk zijn de dobbelstenen  niet 100% zuiver en ook niet zo glad als een echte maar een kniesoor die daarop let.
Zolang je allebei met dezelfde stenen speelt heb je  dezelfde kansen.
Ik heb ze nog even geprobeerd en ze dóen het nog.
Nou en…., zijn dit bijzonder dobbelstenen of niet!!!!

armoede

Tjonge, ik lees alweer een boek, een krijgertje en qua schrijfstijl ook niet echt boeiend. Maar het onderwerp vond ik leuk dus ben ik ondertussen op de helft van het boek.
De schrijfster  heeft het over hoe Nederland veranderde voor de Nederlandse huishoudens in de laatste , pakweg 70 jaar.
Heel veel herkenbaarheid voor  mensen als ik die in , of rond,  1942 het levenslicht zagen.
Het boek bevestig mijn mening dat wat men nú armoede noemt  in veel gevallen helemaal geen armoede is. Ik heb al vaker aangetipt dat veel directe levensbehoeften nu nauwelijk duurder zijn dan in de jaren 50, en dat terwijl zelfs de minima een veelvoud verdienen  van mensen die in dié tijd een baan hadden.
Dit logje zat er tóch al aan te komen en wel door deze loonstrook van mijn vader die ik óók op zolder vond.


In 1946 verdiende mijn vader dus  FL. 31,20 per week, dat is Fl, 139, 53 per maand.  Hij  had toen al 5 kinderen  en als we dat naar Euro’s omrekenen is dat dus 63,32 Euro per maand.
Een béétje puper krijgt dat bijna  per maand als zakgeld in deze tijd.
Heel veel geld ging in die tijd op aan levensmiddelen, zelfs al was er nog geen sprake van snacks en limonadesoorten die we nu allemaal kennen. Hoogstens  op zondag een glas limonadesiroop, zuinig aangemaakt met water.

Voor een eurocent of 70 heb je bij de Aldi een kilo suiker, in de jaren 4o was suiker aanvankelijk zelfs nog op de bon en een kilo kostte ,als ik me goed herinner,   een cent of 90 ( pakweg 40 eurocent) Eieren waren, afhankelijk van de maat,  tussen de 18 en 22 cent, als het geen Pasen was tenminste.
Je hebt nu een doos van 10 eieren voor tussen de 1,50 en 2,50 Euro , komt neer op 55 ouderwetse centen voor de duurste eieren. Voor koffie hetzelfde verhaal, een  half pond pak DE koffie was in die tijd tegen de 2 gulden, voor 2 euro kun je  nu zeker ook ook een half  pond koffie  kopen.
Kleding was duur,  een beetje jurkje was destijds bij C&A   toch al gauw  59 gulden, (nog geen 30 euro) en daar kun je nú best een jurkje voor kopen, alleen niet in  de kwaliteit die tóen normaal was.

Mijn vader ( r. op de foto) werkte rond de tijd van deze loonstrook op een gemeentelijk begraafplaats voor het groenonderhoud én alle voorkomende taken. Hij schepte met z’n collega’s de kuilen en ze lieten, in uniform, de kisten  met dikke touwen in de handen  in het graf zakken. Op zondag had hij  soms portiersdienst en een enkele keer mocht ik met hem mee.
Prachtig vond ik het om “in het huisje” aan de tafel  het geld te mogen sorteren . Geen grote bedragen … maar halve centen bij elkaar, de toen nog grote koperen centen bij elkaar  net als de 2,5 centen stukken. Stuivers kwamen  minder voor en dubbeltjes  nóg minder.
De fooi was  een welkome aanvulling op het karige  salaris want nee, rijk waren we niet, maar toch  échte armoede zag er zelfs in die tijd al anders uit!

nog even museum

Tja we zijn niet echt fanatieke museumbezoekers, ook dit keer kwam het er eigenlijk een beetje” per ongeluk van”. Dochter Inge belde dat ze nog gratis kaartjes had voor een museum en vroeg of we mee wilden, maar we mochten óók voor een ander museum kiezen.
Toen bleek dat het de laatste dag van de art deco tentoonstelling  was én Inge met man die óók graag wilde bezoeken was de keuze snel gemaakt, het werd het gemeentemuseum.
Het gebouw zelf , door Berlage ontworpen, pas prima bij de stijl van de tentoonstelling, het is prachtig.


Wat wél jammer is dat in de langgerekte intree hal wat opdringerige postcodeloterij mensen zich ongeveer aan ons vast klampte met hun wervende, maar misleidende, praatjes. Dat zo’n museum daar z’n medewerking aan verleend! Het kost wat moeite maar het lukt ze onverrichter zaken af te laten druipen.

Juist in dit museum is het voor mij een pre dat  we gezelschap hebben, als ik alleen met Henk zou gaan  kan dat niet meer zonder rolstoel, en tja, de deuren zijn práchtig in de stijl van het gebouw maar mede daardoor veel te zwaar om daar makkelijk zonder hulp met een rolstoel door te komen.


En die deuren zijn allemaal dicht wegens de brandveiligheid en de klimaatcontrole. Inge weet heel goed dat dit soort dingen steeds zwaarder worden voor me, tja, ik wordt helaas ook niet jónger maar, net als, alleen maar ouder. Juist omdat we nu met meer zijn laten we de rolstoel thuis en als het geslenter lang de zalen Henk even te veel wordt is er altijd wel iémand die even met hem op een bankje wil gaan zitten.
Zo kunnen we allemaal alles bekijken en loop ik heerlijk zonder dat Henk aan mijn  arm hangt, dat deed hij om en om bij dochter en schoonzoon.
We zitten natuurlijk ook even gezellig samen in de overdekte, uiteraard ook geheel Berlage,  grote “patio”  waar de koffie klaar is.


De tentoonstelling is wat minder uitgebreid dan we dachten dus na de koffie gaan we nog even door een verrassend ander deel van het gebouw, de wonderkamers.


Een erg leuke toegift, midden in een grote zaal staan  in een vierkant allemaal kleine vitrines opgesteld, het lijkt het meest op een mega groot poppenhuis.
In iedere “kamer” een soort mini tentoonstelling, met nummers die je op de hoeken weer kon intoetsen om aan de weet te komen wat er allemaal hangt, staat of ligt. Deze hoefde hoefde ik niet op te zoeken…….


Dat móet gewoon “de duif” van Toon Hermans zijn, en “duif is dood, heeft te lang in het witte kistje  gezeten”. In een deel van “kamers” is dan weer iets bijzonders. Daarin zijn echte mensen te zien die er van alles en nog wat doen, van naakt poseren voor kunstenaars tot muziek maken of gewoon schoonmaken.


Het lijkt een soort drieD projectie maar het fijne weet ik er niet van.
Henk en ik vonden er  een prima bankje  toen we alles vluchtig bekeken hadden om nog even vanuit de verte toe te kijken  hoe Inge en Peter alles bekeken  met de  ogen van hun kleinkinderen, Levi en Amber,  dus die gaan vast nog wel eens terug.

Henk is total loss als we thuis komen, later in de avond probeert hij moeizaam uit te leggen dat het museum toch wel heel veel op een doolhof lijkt, met veel zalen die in elkaar over lopen maar ook gangen, liften en trappenhuizen waardoor hij helemaal niet meer wist waar hij was.
Hij zegt er achteraan; “gelukkig pakte Peter steeds mijn hand want ik  wist het niet meer”,  zo ontroerend, en wat is het toch fantastisch  zulke meedenkende mensen om me heen.

 

kanjers!

O wat héb ik toch een kanjers  van lezers, echt niémand heeft zich beklaagd dat er een paar héél onbegrijpelijke zinnen in mijn vorige logje stonden. Er wáren  inderdaad  wat vreemde dingen gebeurd maar die dácht ik hersteld te hebben, niet dus. Ik ben trots op jullie,  iedereen heeft zich er gewoon “doorheen gebeten” !

Maar oke, laten we het eens over het weer hebben, héérlijk weertje toch? Lichte vorst maar mét een stralend zonnetje, het had van mij al in november mogen beginnen, echt waar. We genieten ervan,  stappen dagelijks in de auto om  naar een  plaats te rijden waar we een zonnige route  kunnen lopen. Tja dan laat de thermometer in de auto soms  een vette min zien.


Geeft niks, ik ben niet zo kouwelijk en heb eigenlijk niets extra’s aan, geen muts op en geen sokken aan. Henk is wél een koukleum dus die zit van top tot teen ingepakt. Zittend in de rolstoel  is het natuurlijk  ook veel kouder maar als je dat een beetje goed aanpakt lukt het prima hoor.
Met tegenwind loopt hij zelf, áchter de rolstoel, bij voorkeur met de zon op zijn rug. Zodra we wind mee hebben is zitten goed te doen, zeker met de zon op zijn snoet.


Natuurlijk krijgt hij een wollen plaid over de benen en in de stoel ligt een lekker warm schapenvachtje, krijg je een lekkere warme rug van kan ik je verzekeren.
Over zo’n Russische muts gaat de capuchon en hij heeft (nep) bontgevoerde handschoenen, dus nee hoor, geen medelijden dat ik die arme man mee naar buiten sleur.
Mijn eigen handschoenen  steek ik tussen de rugleuning voor het geval ik ze nodig heb, meestal is dat niet zo!


Handschoenen zijn veel te lastig als je af en toe ook nog een foto wilt maken  want er is genoeg te zien  onderweg  en af en toe een (mislukte) selfie moet kunnen natuurlijk.

Gisteren liepen we langs de Vliet, daar is nog geen sprake van schaatsen, het meeste water is nog open, deze meerkoet lijkt het wél te koud te vinden , je ziet hem denken ; ” ik ben niet gek, dat jij wil zwemmen moet jij weten, mij te koud”.


Iets verderop begint zich langs de rand  een flinterdun ijslaagje te vormen maar dat zal zelfs geen meerkoet houden.


Een stelletje halsbandparkieten heeft  een zonnig plekje in een boom gevonden, geef ze eens ongelijk.


Vandaag toevallig niet, maar meestal is het als we terug rijden al iets minder koud.
Nu het vocht een beetje uit de lucht is hoef ik zelfs niet te krabbelen als we wegrijden, mij hoor je niet klagen hoor, kom maar op met dit soort winter.

’t neusje van…..

Dan hebben we het over ’t neusje van de zalm  op crimineel gebied, dus niet over een “neusje” maar over “de neus” zoals hij genoemd wordt.  Je weet wel, de neus waar die peperdure rechtszaak om gaat.
Ik kreeg een onbedwingbare behoefte om m’n neus even in die zaak te steken omdat ik dóór hem met m’n neus op de feiten werd gedrukt.
Ik heb  het er aardig bij laten zitten in m’n beroepskeuze en ben daardoor niet direct met m’n neus in de boter gevallen. Eigen schuld dat ik nu rond moet komen van AOW en een klein pensioentje want de omstandigheden in mijn jeugd waren héél geschikt om een criminele functie te ambiëren.

Althans volgens voornoemde “Neus” , die vertelde vandaag in de rechtbank “dat hij  de   misdaad ingegaan  is omdat hij het thuis niet breed had. Dat zei hij aan het begin van de achtste dag van zijn strafproces. “Ik kom uit de Jordaan. Toen ik klein was, liep ik met gaten in mijn schoenen.”
“Ik zat met natte voeten op school”, vervolgt hij. “Als er normaal geld was geweest, dan had ik een normaal leven kunnen leiden. Nu niet”, zei hij op vragen van het Openbaar Ministerie (OM).

Goh…. stom, wát een gemiste kans voor mij  want Rietepietz groeide óók op in een gezin dat het niet breed had, waar regelmatig  niét tijdig nieuwe schoenen gekocht konden worden en  ook ik zat zéker wel eens met natte voeten op school omdat ik  geen kaplaarsjes had.  De  winterjas die ik had was niet dik genoeg, waardoor er kranten onder gestopt werden als het vroor.Kleding vrijwel nooit meer dan het “meest nodige” zonder luxe, en vooral zonder snoeperijen.
Kortom….. dé ideale achtergrond om crimineel te worden maar helaas….. ik maakte een andere keuze want dat het een keuze is  weet meneer de neus ondertussen ook blijkens het vervolg van zijn verhaal.
” hij voelt zich ‘geen slachtoffer van zijn afkomst’: “Ik heb mijn eigen keuzes gemaakt.

Tja…. m’n neus!!!! Hij vertelt het daar om de boel te vermaken, nou goed?  Deze laffe ontvoerder en moordenaar  komt mij in ieder geval “m’n neus uit”.

Vorige Oudere items