nagel aan m’n…

In theorie had die nagel letterlijk een nagel aan m’n doodkist kunnen zijn, maar in de praktijk viel dat reuze mee. In overdrachtelijke zin betekent het spreekwoord; “Iets wat, of iemand die, veel verdriet of ergernis veroorzaakt.” (Nagel is een oud woord voor ‘spijker’). In dié zin was dit spreekwoord deze week zéér van toepassing.
Het is prachtig dat er antibiotica bestaan, echt wel! Ze besparen levens en/of lichaamsdelen maar …. geen voordelen zonder nadelen hé!

Dat de pillen zo groot waren kon ik nog wel mee dealen, als dat alles was! Maar helaas hebben ze dus óók een sterke werking op de verwerking van de etensresten, ze malen alles zó fijn dat de opslag daar niet op berekend is en alles in het werk stelt om zo snel mogelijk van zooi af te komen. Weinig tijd om de nuttige waren uit het spul te halen want het wordt in ijltempo naar de uitgang vervoerd waar het, met veel triomf getrompetter, uitgeleide gedaan wordt.

In het gunstigste geval kan het een uurtje binnen gehouden worden maar dán zijn de drukke voorbereidingen duidelijk te horen, alsof er per ongeluk zo’n ouderwetse koffie percolator ingebouwd is. Je weet wel, waar met veel geborrel het water door een filter geperst wordt en onder het glazen dekseltje het gepruttel te zien is.
Thuis niet zo’n probleem. Maar ik had op woensdag en vrijdag, de beiden clubbridgedagen, kerstdrive. Daar wilde ik wel graag heen maar ben dan úrenlang van huis. Het leek me veiliger dan vooraf maar niets te eten, als we spelen is het muisstil en zou die ‘percolator’ (ik snap ineens de link van die naam naar peristaltisch) door de zaal schallen. Kunnen we niet hebben natuurlijk en uiteindelijk een gang naar een zeker kamertje veroorzaken.

Een beetje vasten viel me niet zwaar, de eetlust wordt vaak ook wat ondermijnt door antibiotica, een mooie extra toch? En ach, ik heb nog wel wat overtollige kilootjes.
Ik kwam dus zonder ongelukken door de bridgedrives, had er reuze gezellige middagen en nam gisteravond met groot ceremonieel de laatste pil…. pppffffttt!
Volgens mij hebben ze wél hun werk gedaan. De vinger en de hand zijn niet dik meer, ook niet rood en voelen niet meer warm aan.

Alleen het topje van de vinger is bij aanraking nog wat gevoelig. Misschien wat blijvende restverschijnselen aan zenuw eindjes? Ik houd het in de gaten maar ben verder best tevreden. Nu éérst van die snelwerkende percolator in de darmen af zien te komen, dat was toch écht een vervelende bijkomstigheid die ook nog de relatie die wij mensen met apen hebben duidelijk maakte, de mantel bavianen dan wel te verstaan.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag