Ja hoor, ik ging vandaag in de herhaling en bezocht het Muzee dat dit keer wél open was. Precies, voor de tentoonstelling ‘draad & dracht’. Behalve de gewone collectie van het kleine museum gaat het nu over de Scheveningse dracht.
En nog leuker, ik heb dit keer gezelschap van iemand die al héél lang op Scheveningen woont, dan stap je niét in je spijkerbroek dat museum binnen. We hullen onszelf dus eerst in de dracht.
Ik als beschaafde weduwe in de zwarte rouwdracht, voor ’n gezelschap mag het wat frivoler want zij is nog in het bezit van een echtgenoot, een volle neef van Henk.
De gekleurde dracht heeft volgens mij (ik heb weer niet goed opgelet) iets met de vernieuwing van een aantal jaren geleden te maken wan zó kleurig ken ik de Scheveningse dracht niet. De dracht die ik het meest herken is die met de blauwe omslagdoek. Bijvoorbeeld van de vrouw van de visboer die in de jaren 60/70 nog op een vaste dag door de Haagse straten iep met zijn viskar. Ze droeg dan inderdaad niet het ijzer met witte kap en de mooie gouden spelden, maar een klein kapje dat zowel om te werken als om te slapen gebruikt werd. En een schort natuurlijk.





Op de foto met de blauwe omslagdoek hangt nog een foto van een dame met zo’n kap want ik vergat natuurlijk weer om een foto te maken van de vitrine waar ze in alle soorten en maten liggen. Is wel een beetje de schuld van m’n gezelschap, we hebben een schat aan gezamenlijke herinneringen en daar verloren we ons soms een beetje in.
Er marcheert een klasje kinderen door het voormalige schoolgebouw, de meisjes allemaal met een omslagdoek en een mutsje op, de jongens met een stoere vissers pet. Keurig in de rij en muisstil verdwijnen ze in een lokaal waar een voorgetekend poppetje voor ze klaarligt om met lapjes en lijm een eigen interpretatie van de dracht te maken op te maken.
Heel stiekem waren wij daar bijna zelf aan begonnen, maar dat was vast niet de bedoeling. We zijn er toch wel een uurtje zoet al zijn we niet ondersteboven van de interpretatie van de dracht door een kunstenares.
Ik lig wel bijna letterlijk ondersteboven als we het gebouw verlaten. Mijn ogen laten me nu alles zó glashelder zien dat ik de dichte glazen deur niet zie en met een enorme klap tegen die deur aanloop, ik zie nog net geen (zee)sterretjes. We liggen in een deuk ja, maar alleen van het lachen. Gelukkig liep ik geen schade op en hoefde nog niet naar huis. We hadden gewoon nog té veel bij te kletsen ….. het was nog een paar uur reuze gezellig en er werd goed voor me gezorgd, je weet maar nooit na zo’n klap toch?.




Leuk dat je reageert, dankjewel!