politicologie

Geen zorgen hoor, dit gaat géén politiek logje worden. Politiek is niet écht mijn ding maar ik moest aan die studie denken toen ik op TV in een interview viel.
Het ging over het gebrek aan studentenhuisvesting en het kabinet wil “hospita verhuur” stimuleren.

De interviewer stelde aan een “Kaagtypetje” de vraag; “zou U woonruimte bij hospita een oplossing vinden”?
Met een samengetrokken mondje en vragende ogen vroeg ze; “wilt U dat voor mij definiëren”!
Kijk, duidelijk student politicologie en ze heeft als veel geleerd. Altijd een vraag beantwoorden met een wedervraag en voorál nooit toegeven dat je iets niet weet. Haar “antwoord” heeft iets van ; ” weet jij eigenlijk zélf wel waar je het over hebt? Leg dat maar eens uit”. Zo kan ze verbloemen dat ze nog nooit van een hospita gehoord heeft.
Net zoiets als bij een jouw onbekende bewering van een ander te komen met: “is dat zo?” Dat heeft toch een soort bewijslast in zich en niet “dat wist ik niet”.
Ik voorspel de jonge dame een glanzende politieke carrière, die kómt er wel!

Natuurlijk is het geen schande om dat niet te weten, hospita is al een beetje uitgestorven begrip want studenten van tegenwoordig wonen in studentenhuizen. Waar vroeger alleenstaande dames een kamer verhuurde om hun financiën rond te breien (en misschien ook wel voor wat levendigheid in huis) komt dat de laatste decennia nog nauwelijks voor. De term “hospita”, ongetwijfeld een verwijzing naar “gastvrijheid”, is dus onder jonge mensen nog nauwelijks bekend.

Het waren trouwens lang niet altijd studenten waaraan de hospita een kamer verhuurde, het waren ook vaak ongetrouwde mannen die zich geen eigen huis konden permitteren, die werden dan een “commensaal” genoemd. Dan werden ook vaak de maaltijden met de hospita genuttigd en niet zelden kwam er een relatie uit voort. Maar ik dwaal weer eens af.

Eigenlijk is mijn opvatting over het begrip “student” een beetje gevormd in de jaren 40/50.
Studenten waren in die tijd meestal nog rijkeluiszoontjes die zo lang mogelijk aan de universiteit “studeerden” maar in hoofdzaak hun tijd doorbrachten in het welig tierende verenigingsleven.
Dat zal heus niet altijd zo geweest zijn maar toch, het imago wás er.
Hoewel één van mijn kinderen (deels thuiswonend) zowel afgestudeerd als gepromoveerd is aan een universiteit, heb ik in mijn gevoel nooit “een student” in huis gehad. En gelukkig vraagt géén van m’n kinderen ooit of ik iets kan definiëren als ze me niet snappen.
Bij de huidige trend om iedereen die na de basisschool een vervolgopleiding doet “student” te noemen haal ik m’n schouders een beetje op, dat ligt echt helemaal aan mij hoor, ik wéét het!