en dóór…

Tja, je ként me toch? Logisch dat ik nooit een writersblock heb, maak een uitstapje met me en ik maak desnoods over ieder úúr apart een logje.
Maar zonder dollen, Den Bosch kwam er wel een beetje bekaaid af in het vorige logje.
Als ik in het vorige logje zeg; “mooi, oud en gezellig,” zóu het ook over mezelf kunnen gaan, (ja ja ja, mooi is een subjectief begrip). Maar het is wel een feit dat ik overal hoekjes vond die me weer aan andere steden deden denken. Al was het geen marktdag, de plaats waar die mark op marktdagen gehouden wordt is herkenbaar aan dezelfde grote “kinderhoofdjes” ( áuw m’n voeten) op een groot plein en zou net zo goed Gouda kunnen zijn, of Delft.
Het enige verschil is dat in Den Bosch op het marktplein Maria vanaf een hoog “tiny house het overzicht op de markt is toegewezen. De arme stumper staat achter tralies.
Voor de oude geveltjes en toren spitsjes geldt hetzelfde, ook in Alkmaar zijn ze te vinden. Ik kom zelfs hoekjes tegen die aan Brugge doen denken.

Met eventuele bloopers wilde het niet erg lukken. Het hád natuurlijk leuk geweest als ik in het water gekukeld was toen ik vanaf het houten plankier voorover gebogen stond om te zien welke diertjes die kringen in het water maakten. Ze lieten zich in ieder geval niet fotograferen, maar het waren tientallen insecten die in de vorm van kleine vlindertjes in luchtbelletjes op het water leken te lopen.
Liesbeth was voor alle zekerheid wél achter me blijven lopen met de camera in de aanslag maar moest genoegen nemen met de foto (op haar log) van mijn achterkant toen ik over het plankier weg liep.

Op de boot voorkwam een oplettende medepassagier dat ik met m’n hoofd tegen een muur knalde, er werd wel gewaarschuwd maar ik had even niet in de gaten dat de bogen in de muur niet overal even mooi rond liepen. Er werd wel gewaarschuwd maar sommige stukken zijn zó smal dat de boot tegen de kant aan schuurt en “alles binnen boord houden” nét niet genoeg is. Al is het in het midden ruim hoog genoeg, aan de kanten is het toch zaak “de kop erbij te houden.” Ik kon me wel “voor het hoofd slaan” maar de meneer naast nam deze taak dus tijdig op zich.
Ergens wel jammer, het hád toch wat aardige bloopers op kunnen leveren. Liesbeth zag me al opduiken uit de plomp met een kikker op m’n hoofd en ik zag de humor wel van een foto met een (bij voorkeur geschminkte) flink bloedende wond op m’n hoofd! Jammer dan, weer een logje zonder bloopers!

.

.

   
Advertentie