een tientje

Een echte “poëet” ben ik zeker niet en eigenlijk is voor mij een gedicht  zoiets als een Sinterklaas gedicht. Een Sint gedicht moet rijmen en lekker lopen, dat is alles.
Maar al bloggend leer ik toch iets meer van dichtvormen, bijv. de haiku, waar het meer om het juiste aantal lettergrepen en regels gaat. En dan is er nog het “tientje”. Tien tegels  te beginnen met een regel van één woord en daarna iedere regel een woord meer totdat de laatste regel tien woorden heeft.

Dat mag zonder rijm, wat het voor mij dan weer niet echt een gedicht maakt maar oke.
Héél soms waag ik me er aan maar meestal doe  er dan toch weer niets mee.
Het hierna volgende tientje bleek nog in een concept logje te staan. Omdat ik nooit logjes vooruit schrijf toch maar eens gekeken wat ik blijkbaar niet gepubliceerd had.
Het bleek een tientje, eind maart 2020 geschreven en dus kort voor (naar wat later bleek) onze laatste trouwdag   samen op 5 april.
Ineens weet ik het weer, twee jaar geleden schreef ik vaak “brok in de keel logjes”, gewoon uit ons toen best heftige leventje. Deze “poëzie” poging vond ik misschien wel teveel gekunsteld.
Dat was het  niet zie ik nu. Als ik de laatste 2 regels lees  herinner ik me dat moment. Toch wel héél bijzonder dat ik het terugvind kort vóór onze trouwdag die vandaag precies 61 jaar geleden is.

Rusteloos
zijn handen
te vaak werkeloos
toch zoekend naar “toen”
de bewegingen nog zo bekent
maar nu zonder noodzaak, als mechanisme
de pijn soms voelend van versleten gewrichten
rest hem…het vertrouwen op haar helpende hand
de hand die hij lang geleden vroeg….,..en kreeg,
en soms bij verrassing kust,  hij deed het vanmorgen nog.