what’s in a name

Van de week was ik weer even in Delft toch wel één van de steden waar je niet om Willen de Zwijger heen komt. Deze statige versie staat in ’t plantsoentje dicht bij het museum de prinsenhof waar de goede man (dat zal ik toch nog wel mogen zeggen) op de trap het leven liet door een kogel. Het verhaal wil dat het kogelgat op de plaats delict, de trap in het museum, nog te zien is.
Naar verluid was deze Willem van Oranje (zoals zijn echte naam was) een man die wist wanneer hij z’n mond moest houden en werd daardoor véél bekender met zijn bijnaam “Willem de Zwijger”. Wat dan toch weer niet iederéén blijkt te weten.
Toevallig ken ik wat mensen die de Zwijger heten en weet dat die met enige regelmaat serieus de vraag kregen of krijgen; “familie van? Moet je eens uitzoeken” !

Natuurlijk ook een naam die commentaar oproept als ; ” je doet je naam geen eer aan” wanneer je toevallig een babbelgraag jong meisje bent. En o ja, voornamen hebben geen zin, met deze achternaam wordt je al heel makkelijk Willem genoemd, ja zelfs meisjes.
Op de vraag of ik familie ben van Willem de Zwijger kan ik volmondig ja zeggen en voegde er vroeger schijnheilig aan toe ” die uit Delft bedoel je toch?”

Natuurlijk zou ik nóóit een onwaarheid vertellen. In mijn herinnering zie ik dan de zoon van een neef van mijn vader waar we vroeger vaak op visite gingen. Dié familie woonde in Delft en deze neef was zo slim geweest zijn zoon wél Willem te noemen. Behalve last (die je toch hebt) van die naam had hij er ook wel eens plezier mee.

De geboortedatum van déze Willem lag een kleine 4 eeuwen later dan van die andere Willem . Hij had de leeftijd voor een brommertje en ik vergeet nooit het verhaal van zijn aanhouding wegens te hard rijden. Hij was zich uiteraard zeer bewust van zijn bijzonder naam en gaf met zijn meest sullige gezicht zijn naam op aan de agent toen daarom gevraagd werd, en voegde eraan toe in Delft te wonen.
Hij trof een gemoedelijke agent die de grap kon waarderen en daarna zei; ” nou kom op joh, geef me nu je echte naam” maar ja, als je écht zo heet kun je niet ineens met Jansen aankomen natuurlijk en dus zei hij luid en duidelijk, ik heet Willen de Zwijger.
In de jaren 50 liep je nog niet standaard met een ID op zak,
Echt, een brombewijs was ook nog láng niet nodig. De jongen werd dus keurig door de agent naar het genoemde adres vergezeld om e.e.a. te laten bevestigen door een ouder.
Altijd jammer gevonden dat mijn vader niet één van zijn zoons Willem heeft genoemd, dat schept toch mogelijkheden? Je zal maar naar eer en geweten kunnen zeggen dat je de zus bent van Willem de Zwijger, nu ben ik slechts een heel verre achternicht….