thuis

Ach laat ik het maar toegeven, meestal ben ik wat te bescheiden als ik heb over mijn knusse maar kleine huisje.
Opschepperij is me nou eenmaal vreemd.
Als Ruud weer zolang in de USA is geweest moet hij ook altijd weer een beetje wennen en zoeken op welke etage zijn kamer is.
Wie wel eens “bij mij thuis” is geweest herkent dit trappenhuis natuurlijk wel.
Adel verplicht, alle familieportretten hangen nog altijd in de hal en ik neem aan dat Ruud afgeleid is door die portretten en daardoor een beetje verdwaald is.
Geen nood, ik haal hem wel even op waarna we samen nog even langs de voorvaderen lopen.
Let maar niet op die andere mensen, er worden wat stagiaires rondgeleid door het personeel.

Bij sommige schilderijen van de voorouders durven we nog amper stil te staan, er staan jonge neger slaafjes op, best kans dat we die tussen “nu en nog even” naar de zolder moeten verbannen.
De meeste hebben we al stiekem “onzichtbaar” gemaakt op een manier dat ze wél hun werk kunnen doen maar niemand er pijnlijke herinneringen bij krijgt. Een paar gaten in een kast en niemand heeft in de gaten wie er voor de verlichting zorgt.
Bij jullie gaat er vast ook wel een lichtje branden over waar ” mijn huis” staat.