nog even in Ede

We gaan nog even terug naar de Ginkese heide in Ede. Je weet wel , waar ik vorige week vrijdag aan de wandel was met Harry.
Heide was er nu natuurlijk niet, althans niet in bloei.

Wat we wél tegen kwamen was dit airborne monument.Het kunstwerk “venster op het verleden” symboliseert de dropping van ongeveer 1900 parachutisten in 1944.
Meestal heb ik niet zoveel met die “roestige kunstwerken” maar dit werk is prachtig. Zoals die parachutes in de lucht lijken te hangen is echt bijzonder.
Hoewel ik al wel geboren was heb ik natuurlijk geen bewuste herinneringen aan de oorlog, en als ik eerlijk ben, ook geen bijzondere belangstelling voor. Wat niets afdoet aan het respect dat ik heb voor de mensen die destijds hun leven op het spel wilde zetten voor de vrijheid.
Maar dit monument komt me bekend voor, ik weet bijna zeker dat er al eens iemand iets over vertelde in een blog, ik gok op Liesbeth die érg veel over de oorlog weet.

Harry weet ook wel het één en ander te vertellen over alles wat we tegenkomen. Zo is er een verdieping in het bos waar héél lang geleden rechtspraak gedaan werd. Zou daar dan misschien het gezegde vandaan komen dat iemand “laag gezonken kan zijn”? Ja helaas, om de diepte te zien heb je een beter fotograaf nodig dan ik ben, kniesoor wie daarop let!
En uiteindelijk hadden we die dag ook genoeg bij te kletsen zonder ons te verdiepen in de historie.
Zo vertelde Harry dat hij en zijn lief na zijn hartstilstand een reanimatiecursus deden. Ik bind hem meteen op zijn hart álles te vergeten over die cursus mocht ik ter plekke neervallen. Daar kan hij zich wel iets bij voorstellen, hoe ouder je bent hoe beroerder je daar uit kunt komen, en ik zit bepaald niet te wachten op het eeuwige leven, zeker niet als als ik van alles zou mankeren.

Het meer dan vriendelijk aanbod van Harry en zijn lief om te blijven eten sla ik even vriendelijk af. De dag is al vermoeiend genoeg en ik ben , deels door de coronamaatregelen gewoon niéts meer gewend.
Thuis hoef ik urenlang niet te praten en dus is alleen urenlang wél praten al vermoeiend voor me. M’n stem kreeg een paar jaar geleden immers een flinke opdonder door overbelasting in een tijd dat de stem sparen domweg niet kon.
Bovendien loop ik nog redelijk als een kievit zolang ik loop maar áls ik dan ga zitten krabbelt er na een kwartier ineens een heel oud wijfie overeind en lijkt ieder botje in m’n voeten los in de schoenen te liggen.
Dan wil ik maar één ding, met de voeten in dikke sokken gestoken omhoog na een warm bad. En zo geschiede.