de vrouwen van Loeki de leeuw

Rond de jaren ’90, ik deed toen de moederMAVO, werd de werkgroep;”man,vrouw, maatschappij” opgericht.
Men maakte zich druk over de stereotype uitbeelding van de vrouw in TV reclames, t.w. super huisvrouw en/óf volmaakte schoonheid.
We mochten er destijds een opstel met deze titel over schrijven en tja, dat deed ik natuurlijk mijn manier.
Aannemen dat de gemiddelde mens hulp nodig heeft om te doorzien dat de reclamewereld een ideaalbeeld voorspiegelt kun je immers óók wel een stereotype noemen, nou dan wil ik dat vooroordeel wel even bevestigen!

De werkgroep “man, vrouw, maatschappij” waakt over ons vrouwen, dat geeft rust.
Na jaren gebukt gaan onder de gedachte  dat ik geen normale vrouw ben ontluikt de hoop dat er nog veel meer vrouwen zijn als zoals ik.
Vrouwen die er hard aan werken om, net als in de TV reclames, een voorbeeldige huisvrouw óf een mooie meid te zijn, maar daarin  niet slagen.
Het onderdeel perfecte huisvrouw is bij ons nooit een probleem geweest.
Toen mijn huidige echtgenoot me dertig jaar geleden ten huwelijk vroeg  heb ik de vier magere zesjes voor de huishoudelijke vakken op  mijn H.H.school diploma eerlijk opgebiecht, maar hij wist toen al “een man kan niet alles hebben”!

Achttien was ik toen en beantwoordde volledig aan zijn schoonheidsidealen zodat er geen beletsel was voor een huwelijk.
Wie zeurt er nou over een verkreukeld  overhemd als zo’n prachtmeid je helpt het aan, of nog liever, uit te trekken. En wie proeft er of het eten verbrand is  wanneer hij tijdens de maaltijd in twee stralend blauwe ogen verdrinkt.
Nee geen vuiltje aan de lucht die eerste huwelijksjaren.

Moeilijk werd het pas toen de tand des tijds voorzichtig aan me begon te knabbelen terwijl op de televisie de reclameboodschap z’n intrede deed.
De dagelijkse bevestiging van wat we allebei, diep in ons hart, wel wisten maakte ons somber.
Ons huwelijk kón alleen maar stuklopen als ik de aftakeling geen halt toe kon roepen.

Nachtenlang hebben we machteloos verdriet in elkaars armen uitgehuild bij de eerste diepe rimpel, de echt al uitgezakte buikspieren en de niet meer uit te trekken grijze haren.
De vastberadenheid niet toe te geven aan mijn “anders zijn” hield ons op de been en maakt vindingrijk.
Nog maar kort geleden heeft mijn man het zeepbakje in de douche op 2,5 mtr. hoogte gemonteerd.
Als ik nu s ’morgens  als een pak natte kranten onder de douche sta moet ik me voor zeep zóver uitrekken dat  door de beslagen doucheruit mijn silhouet een lust voor het oog is.

Opgewekt begeeft mijn man zich dan naar de keuken om het ontbijt te maken wat mij de gelegenheid geeft voor de spiegel  aan de slag te gaan met “hulpmiddelen”.
Wij weten al láng dat de mop; “schat je bent nog nét zo mooi als vroeger, het duurt alleen wat langer” niet uit het niets is ontstaan, daar is veel leed aan vooraf gegaan!
Zinloos leed naar nu blijkt uit het verslag van voornoemde werkgroep, we zijn het slachtoffer van de stereotype afbeelding van de vrouw in de reclame waaraan we denken te moeten  voldoen.