serene rust

Ze heeft eigenlijk best tijd om even een doekje over de stoffige kast te halen, en de schoorsteen. Hij zou er geen last van hebben dat weet ze zeker maar ze komt er niet toe en wacht eigenlijk tot ze zijn zachte  “ma….ham”weer hoort.
Ze mijmert wat  voor zich uit. De dagen dat hij meer slaapt dan wakker is komen steeds vaker voor.
Zijn verwardheid neemt toe en waarschijnlijk heeft hij ook veel rare dromen want als hij wakker wordt  snapt hij niet waar zijn mesje gebleven is. Of vraagt hij waar  die man gebleven is en andere dingen zij niet kan zien.

De nachten zijn de laatste week  heel rustig, ze kan bijna iedere nacht wel een ruk van 5 uur achter elkaar maken, een ongekende luxe. Hij is ook weer veel liever, de agressie is weer helemaal verdwenen en ze ziet hem hulpelozer  worden. Toch gaat hij graag mee naar buiten en loopt dan ( een steeds kleiner stukje)  zélf achter de rolstoel. Wie hem dan tegenkomt ziet niet heel veel bijzonders aan hem, en zeker niet het triest hoopje dat nu weer op de bank ligt. Alle reclamespotjes ten spijt, de dementiepatiënt is op straat nauwelijks  te herkennen.

Het is weer één van die  dagen dat het lijkt alsof hij er zomaar tussen zal knijpen. Het maakt haar altijd wel een klein beetje onrustig over ” moet ze niet eens iets gaan doen aan wat regelen, muziek uitzoeken, teksten bedenken…?”
Natuurlijk kan ze zich ook dáár niet toe zetten,  al weet ze bijna zeker dat ze daar ooit spijt van zal krijgen maar so what, nu is nu, en dán is dan. Als je geliefde aan een plotse  hartaanval sterft kun je ook niet “vooruit werken”.
Bij dementie kun je rustig in jaren denken weet ze, al zijn er natuurlijk al wat jaren verstreken.

Er zijn geen kinderen in het buitenland dus daar heeft ze geen zorgen over. Eigenlijk zou dochter  Inge vandaag komen maar die kon vanaf Zoetermeer niet hun  kant op komen door de boerenprotesten. Nou ja, in geval nood 112 bellen en mét escorte over de vluchtstrook  zou nog kunnen  maar dat is vast niet nodig. Ze weet dat hij na zo’n dag  weer grotendeels  opkrabbelt.

Maar vandaag is hij weer even haar “zieke kind”, dat  getroost moet worden als hij huilend zijn hoofd op haar schouder laat vallen omdat “het” er weer is  terwijl hij nou juist dacht dat het over was. “Het” kan hij niet omschrijven maar het ziet er uit als totale onmacht, angst en verdriet. Gelukkig kan ze hem steeds weer troosten……….