vlammen…..

Ja helaas heeft dementie nooit vooruitgang, met een beetje geluk soms wat stilstand maar eigenlijk is het gewoon een wiebelige lijn naar beneden en verdwijnt  de man waar ik zo mee kon lachen steeds meer achter een uitdrukkingloos gezicht met hoogstens grote vraagtekens omdat hij het allemaal niet kan bevatten.

Zijn beste momenten heeft hij altijd buiten, of met anderen waarvoor hij zich dan nog “groot wil houden”, thuis bij mij is hij gewoon zijn verwarde zelf.
Dan roept hij mama, Inge of oma  als hulp nodig heeft.
Wie hij dan in mij zie weet ik niet zeker, maar meer dan waarschijnlijk niet zijn “Riet” want hij vertelt mij soms ook wat “zij zei”! In die gevallen is het voor mij makkelijk zijn verhaal in te vullen als het stopt omdat hij blokkeert.
Hij vertelt dan immers áán mij óver mij. En soms zit ik dan niet eens waar hij dénkt  dat ik zit, maar zit ik  i.p.v op mijn hoekje van de bank  aan de eetkamertafel, maar  steekt hij zijn verhaal  af voor een imaginaire  vrouw op de bank.

Maar héél af en toe vlamt  “de oude Henk”op. Ook bij het biljarten zet hij zijn beste beentje voor, van 12 tot 5 uur is ondertussen van 12 tot 2 uur geworden want dan is hij op. Zijn maatjes zijn schatten en op mijn vraag of het voor iedereen  nog wel leuk is  kwam het antwoord  “zolang hij wil komen is hij welkom en helpen we hem wel waar nodig “.
Ik breng (ook als hij onzeker is of hij wel welkom is, komt goed als hij er is) en haal hem  weer op, dan moet ik soms even wachten, zo ook deze donderdag.

Hij speelde nog toen ik binnen kwam en miste die stoot. Ik maak een opmerking dat hij vast van slag is omdat ik binnenkwam en de heren dollen even door op dit onderwerp.  Ik wordt een beetje “geroast” door de mannen en zeg vermanend, “heren, vergeet niet dat Henk straks met mij mee naar huis moet”!
Met de oude twinkeling in zijn ogen richt Henk zich tot zijn maatjes en zegt ; “wie is die dame”?
Omdat ik zie dat hij op  dát moment dondersgoed weet wie die dame is ga ik erin mee een en geef hem een hand; “mag ik me even voorstellen, ik ben de chauffeur van het busje” en terwijl ik hem in zijn jas help gooi ik er nog achteraan; “vindt je vrouw het goed dat je met een vreemde dame mee gaat? ” Onder luid gelach vertrekken we naar huis.

Toen ik hem vanmorgen hielp met aankleden liep hij ineens terug naar de badkamer, op mijn vraag wat hij daar zocht zei hij; “waar is dat meisje gebleven? ”  Tja….  ergens blijf ik natuurlijk wel zijn meisje, zelfs al kan hij haar niet altijd meer vinden.

Advertenties