op een koopje

Natuurlijk hádden we best “een bakkie kunnen doen”in het statige  hotel des Indes, zelfs al zóu een kop koffie daar onbeschoft duur zijn,( waar ik geen zekerheid over heb) is dat als eenmalige ervaring wel te doen. Maar zou ik me  er op m’n gemak voelen?
We kiezen er dus voor om tot 10 uur  een ommetje te maken en gaan i.p.v. over het schelpenpad  langs de vijverberg richting het binnenhof langs de zijkant van het Mauritshuis.
Sinds de verbouwing nog niet binnen geweest en verhip, als we het passeren is het er een drukte van belang voor voor de deur.


Een partytent voor de deur en overal mensen die met koffie en gebak rondlopen.


Voor de deur een wagen van “maison Kelder”, een banketbakker met grote faam  wegens z’n overheerlijke hazelnoottaarten. Daar moet “deze taart”natuurlijk het fijne van weten.
Voor wie is die koffie met gebak die, zo te zien, gratis is.


Tja, stiekem aansluiten met een “bloedende neus” is niet zo mijn stijl en bovendien, met een rolstoel  is “niet opvallen” alleen mogelijk tijdens een rolstoelvierdaagse. Ik schiet een toevallig naar buiten komende suppoost aan en vraag wat er te vieren valt, en vooral wie er mee mag vieren of dat het een bobo feestje is.

Meneer Rembrandt van Rijn blijkt zijn 412de geboortedag te vieren en is zelf aanwezig, hij ligt op tafel uitgestrekt en laat zich (een soort van) vierendelen.


En ook wij zijn welkom om ( gratis) mee te vieren. Helaas niet de befaamde hazelnoottaart maar ook deze taart is heel prettig om Rembrandt’s laatste oortje te mogen helpen versnoepen.
We hoeven er zelfs geen toegangskaartje voor te kopen, als dát geen koopje is ?


In een kartonnen bekertje  maar oke, je kunt niet alles hebben. En geen tafeltjes en stoeltjes maar Henk heeft toch zijn eigen stoel dus het gaat prima.
Best een mooi gebouw trouwens dat Mauritshuis als je er zo voor staat. Voor de nieuw uitbreiding moest men uitwijken naar een gebouw aan de overkant en de verbinding is ondergronds.

Een grote glazen cilinder op het voorplein blijkt een lift ( of was het toch een trappenhuis) te bevatten  zodat het gebouw helemaal zichtbaar blijft, daar is over nagedacht, al is de oude ingang vast nog wel in gebruik als hoofdingang via het souterrain.


Volgende keer toch maar eens binnen kijken, maar voor deze zondag hangen we  de profiteur uit en vertrekken als koffie en gebak op zijn.
Via één van de poorten van het binnenhof, waar mijn alter ego Beatrix maar net onderdoor kon in haar gouden koets,  rijden we over het binnenhof naar de tramhalte terug.


De “kinderhoofdjes” in die poortjes laten Henk bijna uit de rolstoel stuiteren en hij vraagt me bij de volgende poort een zijpoortje te nemen, daar liggen gewone klinkertjes. We hebben alsnog medelijden met Trix in dat gouden kreng waarvan de vering “nul”was. Gelukkig wordt er voor een paar centen aan verspijkerd, beter voor de billetjes van Maxima.