voor me gevallen

Gisteren viel er zómaar  een man voor me, gewoon met een keiharde smak  in zijn fiets verstrengeld voor de rolstoel waar Henk op dat moment niet in zat, maar er achter liep.
Waarschijnlijk speelde zo’n geniepig rond stoeprandje dat het fietspad scheidt van de stoep hem parten.

Of hij was, net als ik , even afgeleidt door een mooie jonge vrouw die in zo’n fleurig zomers broekpak langs  de andere kant van het fietspad iets uit haar auto pakte.  Ik zag het dus niet gebeuren, hij lag er ineens en greep naar zijn hoofd waarvandaan al snel een straaltje bloed langs zijn  nek  sijpelde. De  prachtige muziek die we direct hoorde had gelukkig niets te maken  met “engelen die hem kwamen halen” !
Omdat zijn oordopjes door de klap losgeschoten waren  konden ook wij de  prachtige klanken rechtstreeks uit zijn telefoon horen waarnaar hij , zoals hij later zou vertellen, zo intensief zat te luisteren dat hij was afgeleid.


Hij is gelukkig  goed bij zijn positieve maar de jonge vrouw belt terecht toch 112. Het advies om de man vooral te laten liggen komt te laat, meneer voelt niets voor de slachtofferrol en krabbelt overeind nadat ik de fiets  overeind gezet heb tegen het  tuinmuurtje.
De hoofdwond bloed hevig en ik druk meneer dus even in de rolstoel.
Terwijl de jonge vrouw druk doende is   112 mensen te informeren pak ik een pakje zakdoeken om zoveel mogelijk het bloed op te vangen.  Gelukkig heb ik nergens wondjes realiseer ik me later,  de man is mager en ziet er  bleekjes uit, niet alleen van de klap denk ik zo.

Terwijl we wachten haalt de jonge vrouw van alles uit huis, de babyfoon om haar baby te kunnen horen, een rol toiletpapier om de doordrenkte zakdoekjes te vervangen, ontsmettende babydoekjes voor mijn bebloede handen, en een stoel voor  Henk.

Maar de  gevallen man staat er op dat Henk in z’n eigen rolstoel gaat zitten,  hij kan wel staan zegt  hij en blijkt over humor te beschikken, “je kan beter vallen als je een flink bakkie op hebt” zegt hij, “dan val  je  ontspannen, Jezus wat een klapper!”
We moeten hem overreden om  op de stoel plaats te nemen, hij vindt het niet nodig maar ik zeg “U bent de eregast” en dat vindt hij zó grappig dat hij het meteen even doorgeeft aan zijn gesprekspartner ( even melden dat hij verlaat is) aan de telefoon,
Hij blijft  vrijwel alles melden wat er gebeurt  en zegt  “dat is zij weer” als hij ergens om moet lachen wat ik zeg..

Hij realiseert zich “dat het misschien wel genaaid moet worden” Mijn opmerking dat er misschien wel een mooie meid op de wagen zit weert hij af ; “Oh, nee laat maar zitten, ik heb me suf genaaid maar na die chemo kuren hoef ik niet zo nodig meer.” ( Ook niet fijn, maar geen aids dus)  Hij grijpt naar pijnlijke ribben bij het  lachen en wordt ongeduldig,  waar blijven ze , anders ga ik toch maar weg hoor. Gelukkig stopt net op tijd de ambulance , Wij zijn niet meer nodig en vervolgen onze weg als de man in  de wagen is geholpen om hem na te kijken. ……
Het knaagt een beetje  dat ik niet weet of alles oke is met die vrolijke noot!

 

 

 

Advertenties